| | 
| |
| |
|
Dé website over beter Nederlands Deze herfst verschijnt Beterlands - een woordenboek vol mooie, bijzondere Nederlandse, maar soms niet of nauwelijk (meer) in Nederland gebruikelijke woorden en uitdrukkingen. Met natuurlijk een inleiding in de Beterlandse taal- en letterkunde. 
U kunt een bijdrage leveren aan dit woordenboek door naar het forum te gaan. Reageer op een forumdiscussie of begin zelf een discussie. En vergeet vooral niet uw favoriete woord of uitdrukking uit het Surinaams, Afrikaans, Antilliaans of het Belgisch-Nederlands te vermelden. De woordenlijst op de site wordt periodiek bijgewerkt. Onder de deelnemers aan deze site worden te zijnertijd vijf exemplaren van het boek verloot. Ander Nederlands – beter Nederlands? Nu eens zijn we er jaloers op, dan weer vinden we ze een beetje gek: woorden uit het Afrikaans, Surinaams, Antilliaans die hun wortels in het Nederlands hebben, maar in onze taal zelf niet (meer) voorkomen. De Nederlandse woordenschat bereikte Zuid-Afrika, Suriname en de Antillen tijdens de koloniale periode, toen Nederlanders van alle rangen en standen met hun eigen dialect en taalgebruik overzeese gebieden domineerden. Vanuit die basis ontwikkelden de diverse talen zich vervolgens autonoom, met opmerkelijke en vaak wonderschone Afrikaanse, Surinaamse en Antilliaanse woorden als resultaat: trompoppie (majorette), baaibroek (zwembroek), moltrein (metro), regkom (in orde komen), bijlegfuif (American party), prikkelpop (pin-up), buitenvrouw (maîtresse), madiwodo (agenda of kalender) en vleesbroodje (saucijzenbroodje). En wat te denken van pletterpet (valhelm), amperbroekie (string) en hijsbakkie (lift)? De afgelopen decennia zijn er nogal wat Surinaamse en Antilliaanse woorden in het Nederlands ingeburgerd geraakt. En de laatste vijf à tien jaar, sinds de witte suprematie in Zuid-Afrika ten einde is gekomen en apartheid, pasjeswet en frontlijnstaat in het vergeetwoordenboek zijn bijgeschreven, is er in Nederland ook weer grotere aandacht voor het meer 'kleurrijke' Afrikaans ontstaan. Geen wonder, want Europa wordt steeds groter, terwijl Nederland steeds kleiner lijkt. In dat groeiende Europa oriënteren Nederlanders zich meer en meer op hun eigen wortels. En op de wortels van de Nederlandse taal, die soms behoorlijk belaagd lijkt te worden door invloeden van buitenaf. De herbronning van de eigen identiteit en taal blijkt wel uit de toenemende aandacht voor het 'tropische Nederlands': Nederlandse woorden en uitdrukkingen die onze taal zelf in zijn ontwikkelingsgang kwijtgeraakt is of zelfs nooit heeft gekend, maar die in voormalige overzeese gebiedsdelen ingang gevonden hebben en behouden zijn gebleven. Zoals het oer-Hollands ogende, maar in feite Zuid-Afrikaanse woord braai, dat nog weleens een serieuze bedreiging zou kunnen worden voor het woord Nederlandse, aan het Engels ontleende woord barbecue. Ook het Vlaams kent heel wat kleurrijke, authentiek ogende woorden, zoals goesting (zin), kuisen (schoonmaken), betoelagen (subsidiëren), bibbergeld (gevarentoeslag) en zottekesspel (dwaasheid of chaotische toestand). Soms zijn het duidelijk alternatieven voor een Frans equivalent, zoals duimspijker (punaise), wentelwiek (helikopter), gaatjesdrukker (perforator), plat water (water zonder koolzuur) en droogzwierder (centrifuge), maar in alle gevallen vindt de 'Hollander' het vaak charmant taalgebruik - wat mede de populariteit van Vlaamse presentatoren als Bart Peeters en Goedele Liekens op de Nederlandse televisie verklaart - en neemt hij het soms zelfs - als 'beter Nederlands'- over.
| |
| | |
|